Gewicht en slijpvormen
Gewicht van edelstenen
De karaat (kt.) wordt al sinds de oudheid gebruikt als gewichtseenheid voor edelstenen. Het is waarschijnlijk afgeleid van de woorden ‘kuara’of ‘keration’(beide boomzaden die vroeger als meeteenheid gebruikt werden) In Europa en de VS is men in 1907 begonnen met de metrieke karaat van 200 mg of 0,2 gram.
Slijpvormen
De hoeveelheid vormen waarin stenen geslepen kunnen worden is eindeloos, een Belgische website voor gemmologie[1] benoemd er al 90, waarbij de trendy slijpsels die recent in Amsterdam en Antwerpen gelanceerd zijn niet eens vernoemd worden. Het is moeilijk om een eenduidig beeld te krijgen van alle slijpvormen. De CIBJO; internationale organisatie voor de juweliersbranche. Alle slijpsels moeten als zodanig worden aangegeven men streeft ernaar om alle aspecten van edelstenen, dus ook de slijpvormen, rubriceren en te standaardiseren.
Men onderscheidt ruwweg twee basisslijpsels: Gefacetteerd en Rond. Verder zijn er nog vele slijpsels, bekende en minder bekende en ook zie je dat bekende diamantairs of juwelenhuizen hun eigen slijpsel ontwikkelen.
Andere slijpsels zijn Briljantslijpsel, Brioletteslijpsel, Gemengd slijpsel, Hoekig, Frans slijpsel, Fantasieslijpsels, Kruisslijpsel, Trappenslijpsel, Cabochon, Rond, ovaal, peervormig, Vierkant, rechthoekig, langwerpig, Achthoekig, rechthoekige achthoek, antiek (afgeronde hoeken), Vrije vorm.
Gefacetteerd
De bekendste facetslijpsels zijn: een briljant, een roos, het trappenslijpsel (of smaragdslijpsel), het tafelslijpsel, de carré (Princess of radiant), de baquette, de ovaal en de peer.
Het briljantslijpsel heeft minstens 32 facetten aan de bovenzijde en minstens 24 facetten aan de onderzijde. Een roos is een facettenslijpsel zonder “tafel”(plat aan de onderkant). Het trappenslijpsel heeft evenwijdige lopende facetten. Deze lopen van de tafel af naar de rondist. Veel smaragden hebben een dergelijk slijpsel. Het tafelslijpsel is een plat stuk steen, maar glas gepolijst. Veel in gebruik als siersteen in bijvoorbeeld zegelringen.
De carré is een vierkant trappenslijpsel. De baguette is een rechthoekig trappenslijpsel.
De ovaal is ovaal, en afgerond aan de uiteinden. De peer is ook ovaal, maar de peer is slechts aan één zijde rond en aan de andere spits toelopend.
Het spreekt voor zich dat er allerlei meng- en fantasievormen zijn, die onder de noemer gemengd slijpsel vallen.
Het ronde briljantslijpsel is met zijn 57 (of 58 facetten als je de kollet meerekent) en een minimum aan verlies bij het slijpen, de klassieke en meest voorkomende moderne slijpvorm. Hierop zijn verschillende variaties uitgebouwd, maar het originele briljant slijpsel blijft populair. In 1919 kwam Marcel Tolkowsky met de berekeningen voor het moderne briljantslijpsel, speciaal ontwikkeld voor de diamant. De ronde briljant is ook de meest gewaardeerde wegens zijn efficiënt gebruik van licht, waardoor schittering en glans het beste uitkomen.
Brioletteslijpsel
Het brioletteslijpsel is in feite een dubbel rozenslijpsel, met een verlengd, conisch bovendeel van de kroon en een gerond paviljoen met driehoekige of rechthoekige facetten.[2] Er zijn meerdere brioletteslijpsels, afgeleidt van het origineel. Zo kennen we de druppel en het trappenslijpsel.
Cabochonslijpsel
De cabochon wordt gezien als het belangrijkste gladgeslepen slijpsel. De naam is afgeleidt van het Franse woord voor spijker, wegens de geronde vorm. Het bovendeel is gerond geslepen (variërend van laag tot kegelvormig) en het benedendeel is vlak of licht gerond. Ook in het cabochonslijpsel bestaan verschillende vormen, in overeenstemming met met de gefacetteerde stenen; waaronder markies, peer, ovaal en rond. De vrije vorm is een cabochon slijpsel dat eigenlijk bepaald wordt door de eigenschappen van de steen, waarbij de vorm ondergeschikt is. Donkere stenen worden ook wel hol van onderen geslepen om de kleur beter uit te doen komen.
[1] www.gemmologie.be
[2] Handboek edelstenen en sieraden, Judith Crowe.